Paul Lanssens
   
   
   
   

 Stamboom-
 Genealogy-
 Généalogie

   
   
   
   
   
   

 Reisverhaal
   
   
   
   
   

 Contact 
   

   

   

 

DOMINICAANSE
REPUBLIEK 

REISVERHAAL - REISVERSLAG
Paasvakantie 2006

ZATERDAG 1 APRIL 2006: BRUSSEL - PUERTO PLATA

De eerste april begint zonder grap: het vliegtuig naar Puerto Plata (via Punta Cana) heeft 4 uur vertraging … zogezegd door de schuld van Bush die een bezoek brengt aan Mexico. Dus zijn Annemie en ikzelf opgestaan om 4h30 voor een vertrek om 13h30, aankomst in ons hotel “Riu Bachata” in Puerto Plata om 02h30, en terug in bed om 4h30 tijdens een hevige bui.
De lokale tijd is op dat ogenblik pas 22h30 (- 6 uur GMT), dus de jetlag blijft ons bespaard.


ZONDAG 2 APRIL 2006: HOTELDAG - BEWOLKT

Na vele avontuurlijke wereldreizen is dit onze eerste ervaring met een “all-in-hotel”-formule. We krijgen een kleurrijk bandje om de pols gerevetteerd, en kunnen hiermee 12 dagen lang ononderbroken eten tot we barsten en drinken tot we tollen: klaar voor een expeditie in luilekkerland !
Op het omheinde en bewaakte domein van 10 ha langs het strand van de “Bahia de Maimón” staan 3 hotels: Riu Bachata , Riu Merengue en Riu Mambo {“Bachata” en “Merengue” zijn de 2 beroemde muziekstijlen van de Dominicaanse Republiek; “Mambo” is Cubaanse muziek}. Samen zijn dit 1.620 kamers verdeeld over tientallen bungalowblokken, met 6 restaurants, 9 bars, een winkelstraat en een discobar. Aan de rand van de 3 zwembaden balanceren duizenden kilo’s overtollig vet – of moeten we zeggen duizenden lbs, want het gros (!) zijn Amerikanen.
Helaas is de oceaan slechts beperkt zwembaar en het strand bestaat uit rijnzand: het geheel heeft zeker niet de “Bounty”-look die ik verwacht had uit de reisbrochures. Blijkbaar moet je daarvoor in Punta Cana zijn, dat had men mij niet verteld.
De dag wordt afgerond aan de bar, in gezelschap van Adrien Paps en zijn vrouw Rita, tijdens een tropische wolkbreuk op badwatertemperatuur.


MAANDAG 3 APRIL 2006: PUERTO PLATA

Om een lichte ongerustheid betreffende eventuele toekomstige verveling de kop in te drukken, boeken we bij Sylvie Vanbossuyt van Jetair-TUI, voor de eerstkomende dagen 3 (dure) georganiseerde uitstappen. Daarna hoop ik om een wagen of bromfiets te huren, want een taxi van het hotel is buitensporig duur: 20 US $ voor 9 km tot Puerto Plata!.
Trouwens, àlles wat buiten de all-in valt is schandelijk duur: 3 euro om 15 minuten te internetten, 2 euro per minuut telefoneren, … Wat dit laatste betreft heeft het hotel - uit zorg voor zijn ca 3.000 gasten - maatregelen genomen zodat GSM-ontvangst onmogelijk is.

Gelukkig kunnen we van Sylvie een telefoonkaart afkopen (3x goedkoper dan het hotel) en zij leert ons hoe je de bus neemt (20x goedkoper dan de hoteltaxi).
Het huren van auto of – ben je helemààl gek!! – een brommer, wordt door Sylvie met grote stelligheid afgeraden:
- Het verkeer in de Dominicaanse Republiek is levensgevaarlijk.
- Bij een ongeval vliegen alle betrokken partijen voor 24 uur in de nor, tot alles duidelijk is.
- Buitenlanders worden door de politie lastig gevallen voor ingebeelde overtredingen die kunnen afgekocht worden.

Deze goede raad indachtig, maken we na de middag een busrit naar Puerto Plata.
Het verkeer is inderdaad verschrikkelijk. Op de tweevaksweg wordt niet alleen links ingehaald over de volle dubbele streep, maar ook rechts, al claxonnerend naar brommers en voetgangers (verhoogde voetpaden zijn onbestaande). Tussenin wordt continu uitgeweken van links naar rechts voor putten in het wegdek. Adieu, mijn droom om een voertuig te huren!

Na aankomst schuilen we een halfuurtje voor een stortbui, en worden aangesproken door een jongeman die meedeelt dat hij ons herkent, omdat hij werkt in de Riu Bachata. Hij toont ons de weg naar het fort, de kathedraal, en het ambermuseum (in feite een privé-initiatief met winkel), en laat zich door ons trakteren voor 250 pesos (6 euro). 
Tegen de avond vragen we aan een lijnbus of hij richting Riu Bachata rijdt. Hij vraagt 300 pesos (7,5 euro), zet al zijn passagiers af, keert om, en voert ons naar het hotel !!!
De dag wordt naar gewoonte afgerond aan de bar, opnieuw tijdens een tropische wolkbreuk.


DINSDAG 4 APRIL 2006: DAGUITSTAP NAAR EEN “DROOMEILAND” OP PUNTA RUSIA

De bus voor onze eerste georganiseerde uitstap heeft vierwielaandrijving is versterkt met ijzeren staven vooraan, achteraan, en onderaan. Dat belooft.
Verkeerstechnisch is het een vreselijke tocht. Terwijl een tegenligger opdoemt, wordt toch gestart met inhalen over de volle dubbele streep. Wanneer de tegenligger te dichtbij komt, claxonneert onze chauffeur en keert terug naar zijn vak. Zo eenvoudig is dat: de ingehaalde (die veel lichter is dan onze bus) moet maar remmen.
Na een tijd verdwijnt de asfalt, en er komt zand in de plaats. Nu blijkt het nut van de ijzeren versterkingen: bij het waden door een diepe put, schraapt eerst de voorzijde over de grond terwijl de achterwielen duwen, waarna de achterzijde schraapt en de voorwielen trekken.

Na een rit van 2h30 bereiken we een nederzetting, waar overgestapt wordt op speedboten. Met razende snelheid - de voorsteven komt helemaal boven – bereiken we het “Bounty” of - zeg je liever - het “Bacardi”-eiland.

Dit droomeiland is ca 40 meter lang en 10 meter breed en bevat 100 à 150 toeristen. Maak je dus geen illusies over de eindeloze onbevolkte stranden van de Dominicaanse Republiek. Met veel «excuse me, do you want to move a little bit», tracht iedereen zijn geliefde te fotograferen op een stukje eenzaam strand, zonder vreemden in beeld.

Daarentegen is het snorkelen een sublieme ervaring.
Het is een koraaleiland, omgeven door een muur van rif. De lucht is donkerblauw. Het zand is fijn wit.
Het water is helder doorzichtig aan het strand, donker gekleurd boven het rif en daarachter donkergroen overvloeiend naar donkerblauw tot de einder.
In het rif zwemmen prachtige vissen: blauwe fluo’s, vertikaal geel gestreepte, zwarte met rode vinnen, grijze met geel, … van die laatste hapt zelfs eentje naar mijn vinger.
Als je voorbij het rif durft zwemmen, zie je een steile muur van koralen, waarachter de oceaan ineens tientallen meter diep is. De koralen hebben alle kleuren en vormen: buisvormig, bewegende waaiers, half bolvormig, …

Spijtig dat Annemie per vergissing de after-sun meegenomen heeft in plaats van de zonnecrème. Een jonge Nederlandse helpt ons met haar flesje, maar we willen niet teveel profiteren en leggen een dun laagje: de volgende dagen zullen we rood kleuren.
Drie uur later brengt de speedboot ons terug. Hij scheert langs de oevers van de zee, begroeid met Mangrove-woud, een compleet sub-ecosysteem.

Tijdens de terugrit zien we vanuit de bus de typische Dominicaanse kleurrijke huizen in hout, met hun dakbedeking van golfplaten, en hun ramen met tralies maar zonder glas. Ze staan in lintbebouwing langs de wegen want dit is de enige lokatie om (legale of illegale) aansluiting te krijgen op de nutsvoorzieningen. Kinderen hangen rond in hun schooluniform, met lichtblauwe bloes en donkerblauwe broek of rok.
Op het land zien we alle belangrijke Dominicaanse culturen: rijstvelden, suikerrietplantages, maniok- en tabaksplanten, en vruchtenbomen zoals mango, papaya, enz …
Koeien op de weiden worden permanent begeleid door koereigers: grazend vee jaagt immers insecten, kikkers, muizen en andere kleine dieren uit hun schuilplaats en die worden door deze grote witte vogels opgevreten.


WOENSDAG 5 APRIL 2006: DAGUITSTAP NAAR OCEAN WORLD

Ocean World bevindt zich op 15 min. van ons hotel, en is een van de grootste attracties op de Dominicaanse Republiek. Hun slagzin luidt: “A Once In A Lifetime Experience”.

Ik heb een “Shark Encounter” geboekt. We zijn met zeven, waaronder een vette Amerikaan van 330 lbs. Eerst voeden we platvissen (roggen ?) in een bassin van 50 cm diep. De veiligheidsinstructies luiden als volgt: «klem het visje tussen uw vingers, en hou hierbij uw duim stevig aaneengesloten tegen de handpalm, zodat het dier uw duim niet aanziet als een vis»! Een zwarte schaduw van ca 50 cm breed en 1 m lang scheert in mijn richting. Om naar mijn hand te kunnen happen moet zijn weke vleugel helemaal over mijn voeten en onderbeen wrijven, en op dat ogenblik wordt het visje van tussen mijn vingers weggetrokken: akelig, maar het belangrijkste moet nog komen!

Onze groep van 7 wordt naar een amfiteater gebracht, dat tot de nok gevuld is met toeschouwers, die komen kijken naar het voeden van de haaien. Dit zijn èchte haaien, formaat 1 à 2 meter lengte. Tot vermaak van het publiek zal het voedsel verstrekt worden … door ons! Aan de hand van een model krijgen we veiligheidsinstructies:
- handen NOOIT onder water
- de haai mag gestreeld worden, maar NOOIT vóór de ogen (HAP !)

Gelukkig wordt iedereen tijdens het optreden persoonlijk begeleid. Mijn haai is de grootste en gevaarlijkste, en wordt aan het publiek voorgesteld als “Snappy”. Vol eetlust biedt hij zich aan. Ik zit op een trap net onder water, en de begeleider legt het monster op mijn schoot. Ik krijg een vis toegestopt en de begeleider fluistert: «a little bit to the left, forward, OK, now!» De vis valt in het water, 100 kg haai op mijn schoot schokt en … SNAK! Hij hapt zo hard dat het publiek het kan horen. Volgens ingefluisterde instructies mag ik de haai dan nog aaien op rug en buik: het voelt aan als een ruwe leren zetel. Terwijl de animator het publiek motiveert om ook te betalen voor deze “encounter” mogen wij snorkelen in het bad tussen de haaien: onvergetelijk!


Dan is het de beurt aan Annemie die geboekt heeft voor een “Sea Lion Encounter”. Hier weinig veiligheidsinstructies, maar des te meer waterpret. De beesten dartelen rond, spatten met water, en poseren graag voor een fotosessie.
We hadden ook kunnen boeken voor “Swimming With Dolphins”, veruit het grootste succesnummer van Ocean World: aan te bevelen maar niet goedkoop (145 US $).

Het park bezit ook 2 tijgers (die mag je voeden door een opening in het glas) en diverse vogelkooien waarin je wandelt tussen de dieren. Kortom, Ocean World is een park waar je contact hebt met de dieren, iets wat in het regeldriftige België waarschijnlijk verboden is.

Bij de terugkeer in het hotel wordt het plezier van onze dag brutaal verstoord door een fax met het overlijdensbericht van een goede kennis die al jaren ziek was: Ann Ramon, 31 jaar.


DONDERDAG 6 APRIL 2006: HOTELDAG, BLAUWE LUCHT, 28 °C

Naast drinken en eten, bestaat de 3° belangrijkste activiteit van de bewoners van hotel Riu Bachata erin, om ’s morgens vroeg de beste strandstoelen te reserveren door er een handdoek op te deponeren. De beste plaatsen zijn bij het zwembad, in de schaduw, dichtbij de bar. Wij zijn actieve mensen en na wat gesleep liggen wij ook goed.

Het zeewater heeft dezelfde temperatuur als de lucht, 28 °C. Bij het betreden heb je niet de minste koudwatervrees. Door het zeegras kan je moeilijk verder gaan dan 10 à 20 m, er zijn trouwens gevaarlijke stromingen. Tijdens het snorkelen zie je dezelfde vissen als rond het koraaleiland, maar minder in aantal en in mindere pracht, omdat het water niet even helder is. Zeesluffers zijn een must om niet door de venijnige (letterlijk) zeeëgels geprikt te worden.


VRIJDAG 7 APRIL 2006: DAGTOCHT NAAR HAÏTI

Dit is onze derde georganiseerde tour. In tegenstelling tot het koraaleiland en tot Ocean World wordt het ditmaal geen ontspanning. Ons doel is om de grens met Haïti over te steken, één van de armste landen ter wereld.
Er zijn weinig deelnemers, daarom werden alle talen in één groep samengebracht. De gids is dus verplicht om zijn uitleg te verstrekken in 3 talen D/E/F, met als resultaat dat hij het ontziet en bijna niets vertelt. Hierover zal ik achteraf een schriftelijke klacht indienen.

Tijdens een ontbijt en een middagmaal onderweg, eten we voor de eerste (en enige) maal het voedsel van de Dominicaan. Vers fruit is overvloedig aanwezig, vooral oranje meloen, watermeloen en ananas, in mindere mate mango. Brood daarentegen is zeldzaam, en aardappelen onbestaande: hun vervangproducten zijn rijst en maniok. Vis is erg duur, maar vlees is er genoeg, vooral varken en kip. Onderweg zien we de geslachte varkens gewoon bengelen langs de straat, de varkenskop ligt ernaast.

De route loopt via de N1 tot de afslag naar Guayubin, en vandaar via Santa Maria naar de grensstad Dajabon. Op de kaart schat je de afstanden binnen de Dominicaanse Republiek totaal foutief in. De ganse trip is ca 400 km over hoofdwegen, maar dit vergt 14 uur, waarvan ca 10 uur in de bus.

Aan de grens in Dajabon zijn we getuige van een grandioos spektakel. De grens tussen RD en RH wordt slechts 2x per week enkele uren geopend. Bij onze aankomst is dit juist het geval. De grens is midden op een brug over de rivier Rio Dajabon en wordt bewaakt door UNO-soldaten met blauwe muts. Duizenden kleine handelaren verdringen elkaar om via de smalle doorgang en binnen de beperkte tijdspanne hun koopwaar af te leveren in het buurland. Jongeren dragen 540 eieren (geteld op de foto) op het hoofd. Veel te oude mannetjes sleuren uit alle kracht aan hun zelfgemaakte kar, waarop ze misschien wel 1.000 kg maniok geladen hebben, en ze vloeken wanneer ze eindelijk hun vracht op snelheid getrokken hebben en weer moeten stoppen voor iets of iemand vóór hen. Vrouwen met kippenmanden op het hoofd rennen haastig, haastig, … want als ze tegen sluitingsuur niet terug zijn, zitten ze tot maandag vast aan de andere kant.

Zelf gaan we op deze plaats niet over de grens, want de tijd is te kort, je hebt een internationaal paspoort nodig en toeristen moeten 60 US $ taks betalen. TUI Dominicana kent echter een grensovergang in het stadje Restauracion, die altijd open is, zonder formaliteiten en gratis. Vreemd: volgens mijn gedetailleerde landkaart loopt er vanuit Restauracion een weg tot tegen de Haïtiaanse grens, waar hij eindigt. Plots toont de gids ons een Dominicaanse soldaat aan de kant van de weg, en meldt ons dat we de grens met Haïti overgestoken zijn. Héél bizar: het type wegdek is niet veranderd en we moesten zelfs niet stoppen.

In de verte zien we het rijke groene landschap abrupt overgaan in een kaalslag. Ongelooflijk: in Haïti groeit geen enkele boom of struik meer, alles is omgehakt, er is zelfs nog nauwelijks een grassprietje, de heuvels zijn kale aarde.
Ik herinner me het verhaal van ontwikkelingshelpers die hier gewerkt hebben om waterpompen te installeren. Amper waren ze vertrokken of alles ging om zeep. Met dit volk is niets aan te vangen. Ligt de oorzaak van hun armoede bij hun egocentrisme? Bij hun bijgeloof in de voodoo? Of ligt het aan de corrupte leiders? Het zal wel weer de schuld van Bush zijn, maar waarom gaat het dan zoveel minder slecht in de Dominicaanse Republiek?

De bus stopt aan een nederzetting: het is tijd voor een gênante en schokkende confrontatie. De bus wordt omzwermd door zwarte schooiende kinderen, zwangere vrouwen en onverschillig kijkende jongelui. Heel de bende trekt naar het schoollokaal. Onderweg mogen we binnenkijken in een schamele hut, en we zien kippen en varkens vrij rondscharrelen in de kale grond.
In het klaslokaal deponeren we onze meegebrachte spullen in een kartonnen doos. Wijzelf hebben 50 kogelpennen en 2,5 kg chocoladetoffees mee. Tijdens de uitdeling wordt er bijna gevochten. Daarna koop ik voor 40 US $ een 60 cm hoog houten beeld. Tegen de verkoper zeg ik dat ik niet wil afbieden, en hij antwoordt: «het is voor het goede doel».
Het bezoek wordt afgerond met een demonstratie van een Voodo-spektakel, waarbij een man glas opeet en vuur dooft in de mond.

Bij het vertrek merk ik een tweetalig Spaans/Frans bord dat alles verduidelijkt: het dorp heet “Tilory” en het ligt vlak op de grens. Onze bus heeft de Dominicaanse Republiek niet verlaten, maar wij zijn te voet tot op de grens geweest. Deze dagexcursie naar Haïti is dus op de grens tussen nep en echt.
Om 20h15 zijn we terug in het hotel, nog op tijd voor een royaal en voedzaam avondbuffet, gevolgd door de nodige glazen donkere rum om alles te vergeten.


ZATERDAG 8 APRIL 2006: HOTELDAG - BLAUWE LUCHT, 28 °C, HEVIGE WIND

Mijn boek is “Het Bernini Mysterie” door Dan Brown.
Ons gezelschap: Marc Stadler van reisbureau Oger2000 en zijn vriendin Laetitia.


ZONDAG 9 APRIL 2006: PALMZONDAG IN PUERTO PLATA

Hoe ziet iedereen in de stad dat we toeristen zijn? Toch niet door de Canon om mijn hals of door de TUI-zak over Annemie’s schouder :)? Antwoord: door de all-in armband van ons hotel Riu Bachata! Tijdens de vorige wandeling werden we aangesproken door een jongeman die beweerde ons te herkennen, omdat hij ons hotel werkte, en toen tuimelden we daar grandioos in. Vandaag ontmoeten we een zogezegde barman van ons hotel, maar hij wordt kordaat weggestuurd.

Om 16h45 arriveert de processie aan de kathedraal. In geen enkel opzicht is ze te vergelijken met de statige processies tijdens de Semana Santa in Sevilla. Hier is het is een joelende, zingende en met palmtakken zwaaiende bende, met op kop de bisschop van Puerto Plata in vol ornaat op een ezel. Iemand duwt een palmtak in onze hand, en het volgende uur nemen we deel aan de dienst van Palmzondag in een propvolle kathedraal met zingende, zwaaiende en applaudisserende gelovigen.


MAANDAG 10 APRIL 2006: HOTELDAG - BLAUWE LUCHT, 'S AVONDS BEWOLKT, 28 °C

DINSDAG 11 APRIL 2006: HOTELDAG - BEWOLKT, 'S NAMIDDAGS GIETENDE REGEN

WOENSDAG 12 APRIL 2006: BEWOLKT EN REGEN - TERUGVLUCHT OM 18H45


CONCLUSIES

- De Dominicanen zijn het meest vriendelijke volk van de Caraïben; ze zijn betrouwbaar en vallen je niet overdreven lastig.
- Indien je uitsluitend wil genieten van een luilekkere all-in formule, kies dan de andere kant van de Dominicaanse Republiek met zijn prachtige stranden.
- Indien je ook iets wil bezoeken, dan is Puerto Plata wel de juiste keuze. Een auto huren is waanzin, maar tracht een deal te sluiten met een lokale taxi. Die voert je een ganse dag rond voor minder dan 1.000 pesos (25 euro).
- Beste reisgids: ANWB-extra