NAMEN-NAMES-NOMS  | HOME  | EMAIL  naar  ( to / à )  |
Paul Lanssens

LANSSENS - DENOO - MEIRE  STAMBOOM
genealogie - genealogy - généalogie
Lanssens - Lansens - Lanssen - Lansen - Lamsens         Denoo - Deno - Denaux         Meire

»»» voor elke aanvulling of probleem: mail naar Paul Lanssens    -    Pour tout complément ou problème: mail à Paul Lanssens «««


Notities bij: Joris-Hilaire-Camiel DENOO


Joris Denoo volgde Germaanse filologie te Kortrijk en te Leuven waar hij afstudeerde met een verhandeling over de Nederlandse dichter Sybren Polet. Na zijn huwelijk met Lut Vandemeulebroecke vestigde hij zich in de Kortrijkse deelgemeente Heule.
Sinds 1975 is hij werkzaam in het onderwijs, meer specifiek als lector Nederlands aan de Katholieke Hogeschool (KATHO) Zuid-West-Vlaanderen in Torhout. Voor de regenten en de normalisten van de Zuid-West-Vlaamse Hogeschool is Joris Denoo docent Nederlands.

Buiten de school is hij echter het meest bekend als schrijver. In 1977 debuteerde hij met een dichtbundel voor volwassenen. Daarna volgden er een aantal romans. In 1981 begon hij ook voor de jeugd te schrijven. Dat kwam vooral door zijn ervaringen met jeugdliteratuur op de normaalschool. Hij publiceerde een aantal Vlaamse Filmpjes, daarna verschenen er een tiental boeken voor de jeugd. In de jaren 1978 - 1988 was hij redactielid en -secretaris van het tijdschrift Yang.
In zijn werk zijn fantasie, spanning en humor belangrijke elementen. Enkele van zijn boeken zijn opgebouwd als detectives. Op een speelse manier probeert hij alle mogelijkheden van de taal uit. In zijn recent werk zijn emoties belangrijker.
Geregeld verschijnen er nieuwe gedichten en verhalen, zowel in kindertijdschriften als in uitgaven voor volwassenen: poëzie, proza, essay, theater. Hij werkt ook mee aan diverse Vlaamse en Nederlandse literaire tijdschriften, en hij heeft met zijn wekelijkse column 'Cursief' een vaste stek in De Krant van West-Vlaanderen.
Bekroningen kreeg hij voor diverse genres. Een greep:
- De poëziebundel LINKERHART kreeg de 5-jaarlijkse Guido Gezelleprijs.
- Het jeugdboek EEN PAAR KINDEREN, GRAAG werd bekroond met de Prijs Tielt Boekenstad.
- Het essay WOORD & BEELD. TAAL OP HET AAMBEELD kreeg de A.H. Cornetteprijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.
- De novelle VREEMDE HEMELVAART werd in Amsterdam genomineerd voor de Meulenhoff Verhalenprijs en verscheen in De Gids.
- Het essay KANALFABETISME kaapte de Millennium Essay Prijs van Ambrozijn - Brabant Literair weg.
- Het verhaal 'Q8' kreeg de Prozaprijs van Universitaire Werkgroep Literatuur Leuven.
- Het toneelstuk DODE ADDER werd bekroond door de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.
- Bladen als NWT, NVT, De Gids, De Revisor, Maatstaf, Hollands Maandblad, Avenue, Poëziekrant, De Brakke Hond, Deus ex Machina, Yang, Kreatief, DW&B en De Vlaamse Gids namen/nemen bijdragen van hem op.

In het VWS-Cahier nr 216, jaargang 38, nr 3, mei-juni 2003 schrijft een zekere Julien Vermeulen als volgt:
«Om het literaire profiel van Joris Denoo af te lijnen kunnen we een beroep doen op enkele kenmerken die ons door het postmodernisme aangereikt worden. De grote diversiteit aan genres met allerlei grillige thematische uitlopers en zichzelf ondergravende stijlpatronen kunnen we immers het best ophangen aan enkele postmoderne kapstokken.»

Na deze verhelderende inleiding, schakelt onze criticus van dienst over naar een iets normaler taalgebruik:
«In 1999 ontving Joris Denoo de vijfjaarlijkse Guido Gezelleprijs voor de bundel 'Linkerhart' die het jaar erop gepubliceerd werd. De toekenning van deze onderscheiding leek een expliciete literaire erkenning van een auteur die reeds sinds het midden van de jaren zeventig op de meest uiteenlopende terreinen actief was. Of deze appreciatie reeds vroeger had moeten komen, laten we hier in het midden. Een kritische lectuur van Denoo's werk kan immers niet voorbijgaan aan het feit dat zijn vroegste publicaties niet vrij te pleiten zijn van een aantal storende zwakheden. De gedrevenheid waarmee hij als publicist aan het werk bleef, heeft echter geleid tot een versobering van zijn exuberante debuutstijl en gradueel ook tot de vorming van een eigen literaire stem. Ondertussen vond hij als auteur van jeugdverhalen en jeugdpoëzie een tweede adem. Vooral in de jaren negentig lanceerde hij zich als auteur van tientallen titels voor jonge lezers.»

Bij zijn pensioen publiceerde de Krant van West-Vlaanderen volgend artikel.
Aimabele man, Joris Denoo, maar ontzeg hem het lezen en schrijven van boeken en hij wordt onhandelbaar. Hij moet er in een dikke drie decennia meer dan zeventig zelf geschreven hebben zowel voor volwassenen als kinderen en hij heeft er tot vijf per week gelezen. Thuis heeft hij er duizenden en van elk exemplaar kent hij vrij gedetailleerd de inhoud. Meestal weet hij zelfs welke passages er op een linker- of een rechterpagina staan. «Zonder boeken zou ik beginnen te flippen», glimlacht hij. «Of misschien zou ik wel in de kleine criminaliteit belanden. Literatuur betekent eten en drinken voor mij.»
Joris woont al sinds zijn huwelijk in 1976 in Heule, maar is uit Torhout afkomstig, waar hij net met pensioen is gegaan als lector Nederlands aan de lerarenopleiding Katho-Reno, in de volksmond nog altijd de normaalschool en het regentaat. Hij is op 6 juli namelijk 60 jaar geworden. «Verjaardagen doen me eigenlijk bitter weinig», zegt hij. «Al moet ik bekennen dat het volgende ronde getal waar ik nu naartoe manoeuvreer me toch een beetje doet huiveren: 70, dat is niet echt jong meer, hé. En hoe snel vliegt tien jaar uiteindelijk niet voorbij?»

Joris stamt uit een gezin van vijf kinderen in Torhout. De liefde bracht hem bij Lut Vandemeulebroecke en leidde naar Heule, haar dorp. «We trouwden er in het bloedhete 1976», zegt hij. «Het heeft die zomer maar twintig seconden geregend, maar natuurlijk nét toen we na onze trouwmis uit de kerk stapten. Zeven druppels op onze kop (lacht). We zijn het laatste koppel dat in het Heule van vóór de fusies getrouwd is. Intussen hebben we drie volwassen kinderen de tweeling Sarah en Hanne (34) en hun broer Marius (32) en twee kleinkinderen, Wilma (4) en Leo (2). Toen onze kinderen jonger waren, heb ik vrij veel jeugdboeken geschreven. Maar intussen leg ik me weer meer op de volwassenenliteratuur toe. Met recent zelfs het schrijven van het scenario van de film Tine, een fictief verhaal over Tineke van Heule. De film gaat op vrijdag 30 augustus in première.»

Toen Joris in Torhout in het derde kleuterklasje van zuster Serafien zat, probeerde hij al kleine versjes met een griffel op een lei te krabbelen. «In het dialect, wat niet simpel was», herinnert hij zich. «In de lagere school deed ik niets liever dan opstellen schrijven. Heel dikwijls kreeg ik 10 op de 10, maar helaas moesten we er ook een tekening bij maken en dat was dan maar 2 op de 10. Tekenen is mijn ding niet, maar lezen en schrijven zit in mijn DNA. Of noem het naar mijn familienaam mijn DNO. Torhout had toen nog drie bibliotheken een katholieke, een liberale en een socialistische en ik bezocht ze alle drie. In die van het Willemsfonds vond ik de mooiste boeken, want daarin zat ook het werk van onder andere Hugo Claus. Als kind van de lagere school las ik vijf boeken per week en ook in het secundair onderwijs bleef ik de letters, woorden en zinnen gretig verslinden. In mijn eerste jaar middelbaar aan het Sint-Jozefsinstituut in Torhout toen de zesdes genoemd kregen we op zaterdag nog les en studie tot 16 uur. Op een keer zat ik stiekem met een boek van Willem Elsschot op mijn knieën: Villa des Roses, zijn debuutroman. De paster die bewaakte, had het helaas gemerkt en ik kreeg twee uur strafstudie, omdat ik niet met mijn schoolwerk bezig was. Dat begreep ik niet. Hij had me verduiveld een pluspunt moeten geven, omdat ik een goed boek aan het lezen was (lacht). De pasters droegen toen nog van die lange, zwarte soutanes. Tijdens de strafstudie heb ik het aantal knoopjes aan de soutane van de toezicht houdende surveillant geteld: 79 staat me voor de geest. Ik denk niet dat die mannen ze elke avond open en 's ochtends weer dicht deden.»

De Torhoutse secundaire school had net de nieuwe richting menswetenschappen opgericht en Joris kwam er vanaf het derde jaar in terecht. «Ik was een van de proefkonijnen. Ik kreeg gelukkig veel taal Frans, Engels en zelfs drie uur Duits maar eigenlijk had ik Latijn willen volgen. Ik heb er nog altijd spijt van dat ik die klassieke taal niet geleerd heb. De reden: de onderwijzer van het zesde leerjaar van de lagere school, met wie ik het niet goed kon vinden, zei dat ik er niet slim genoeg voor was. Mocht hij nog leven, ik zou nu toch wel eens een woordje met hem willen wisselen. Maar kom, de menswetenschappen zijn een goede richting voor me geweest, ook omdat ik bijvoorbeeld een interessant vak als psychologie kreeg: op zaterdag vier uur na mekaar. Ik schreef toen al hele verhalen, die op stencil werden gezet. Toch zou het tot mijn 24ste duren vooraleer mijn eerste echte boek verscheen. Er zouden er tientallen volgen, ook heel wat scripts voor toneelstukken.»

Joris ging aan de Leuvense universiteit Germaanse studeren en begon daarna als licentiaat les te geven. «Veel werk was er toen in het onderwijs niet, maar na wat korte omzwervingen kwam ik uiteindelijk in de school van mijn jeugd terecht. Eerst gaf ik les aan het secundair onderwijs, maar geleidelijk aan werd ik fulltime lector Nederlands aan het regentaat en de normaalschool in Torhout. Ik werd er collega van straffe mannen als toneelregisseur Guido Cafmeyer en priester-dichter Roger Verkarre. Tegelijkertijd bevredigde ik mijn journalistieke drang en schreef stukjes voor onder andere de dagbladen Het Volk en Gazet van Antwerpen en voor de Torhoutse Bode, het weekblad dat later door Krant van West-Vlaanderen opgeslorpt zou worden. Ik heb voor KW trouwens niet eens zo lang geleden wekelijks met veel plezier een column geschreven. Ik moet telkens weer mijn ei kunnen leggen, mijn gedachten aan het papier toevertrouwen. Anders zou ik rijp zijn voor de psychiatrie, vrees ik, en beginnen te flippen.»

Joris heeft iets met wind en regen. «Mijn moeder beweert dat, toen ik als hummeltje nog in mijn kakstoel zat, ik per se aan het venster geplaatst wou worden om buiten de wind in de bomen te kunnen zien. In veel van mijn boeken is er slecht weer. Daar gaat veel meer vanuit dan van zon en open hemel. Ik heb trouwens een blog op het internet met slecht-weer-quotes. Met al 130.000 bezoekers! Ik publiceer overigens almaar meer op het internet je kunt de moderne media niet naast je neerleggen. Ik hou van regen- en windsteden zoals het Schotse Edinburgh en het Amerikaanse Chicago, ook wel windy city genoemd. Al geef ik ruiterlijk toedat naarmate ik ouder word, ik almaar liever naar zonnige oorden op reis trek.»

Als lector aan de Katho-Reno heeft Joris Denoo in pakweg dertig jaar heel veel zien veranderen. «De computer en de euro hebben hun intrede gedaan, de lei en de griffel zijn verdwenen (lacht), de spelling werd tweemaal hervormd (in 1995 en 2006), de vrouwelijke studenten slopen in de Torhoutse lerarenopleiding binnen en zijn nu serieus in de meerderheid en... de rokers werden uit de leraarskamer verbannen. Sindsdien ben ik gestopt met roken en daar ben ik blij om. Al vind ik het nog altijd prachtig om een schrijver over zijn boek te zien vertellen terwijl hij een sigaret tussen zijn vingers jongleert en de rook in kringetjes opstijgt.»

Joris is niet de man van de mainstream. «Literatuur hoeft voor mijn part niet zwaar of hoogdravend te zijn, maar de lezer moet er iets aan hebben. Het woord moet zijn zeg doen. Thrillers bijvoorbeeld interesseren me niet. Ik wil absoluut niet weten wie het gedaan heeft het is toch altijd de butler. Dan veel liever een verhaal dat nergens over gaat, maar mooi geschreven is. Ik blijf houden van schrijvers zoals Gerard Reve of de minder bekende, maar o zo talentrijke Nederlandse vijftiger Oek de Jong. Een goed boek dient om te degusteren.»


Stamboom (genealogie/genealogy/généalogie) Lanssens-Denoo: 23.291 personen (individuals, personnes) dd. 8 december 2018 - site: http://lanssens.be