NAMEN-NAMES-NOMS  | HOME  | EMAIL  naar  ( to / à )  |
Paul Lanssens

LANSSENS - DENOO - MEIRE  STAMBOOM
genealogie - genealogy - généalogie
Lanssens - Lansens - Lanssen - Lansen - Lamsens         Denoo - Deno - Denaux         Meire

»»» voor elke aanvulling of probleem: mail naar Paul Lanssens    -    Pour tout complément ou problème: mail à Paul Lanssens «««


Notities bij: Georges-Joseph-Leon-('Joris') DENAUX


Joris Denaux is in vele opzichten een opmerkelijke figuur. Zijn loopbaan tot schooldirecteur, zijn publicaties, zijn energie en inzet op de gemeente, zijn hoge leeftijd, zijn flamingantisme ... maar vooral zijn 14 kinderen die stuk voor stuk uitblinken door hun maatschappelijke inzet. We beginnen met een kleurrijke omschrijving van Joris' jeugd en zijn omgeving van toen, neergeschreven door de zoon Koen Denaux.

De gebroeders Maurice en Georges (pas in Torhout is hij 'Joris' geworden) Denaux werden allebei geboren in de Nijverheidsstraat te Assebroek. Maurice op 10 juli 1909 en Georges op 11 december 1910. De Nijverheidsstraat was een verharde zandweg met links een rij werkmanshuisjes. De bescheiden huisjes keken op tegen een hoge muur van een textielfabriek: "Het katoentje". Daarnaast stond een protserig kasteel van de eigenaar van de fabriek. De huisjes staan er nog, het kasteel is een ruïne.
Het ouderlijk huis was 4,5 meter breed. Vooraan een smalle gang en een 'voorplaats' van 3,5 meter op 3 meter. Achteraan een multifunctionele kamer van 4,5 meter op 3,5 meter, tezelfdertijd woonplaats, eetkamer, keuken, speelkamer voor de kinderen, badkamer zonder bad, studeerkamer, muziekkamer en droogruimte voor de was in de winter. Roodgloeiend bloost de bolle buik van de Leuvense kolenkachel in de multifunctionele ruimte. De andere kamers werden niet verwarmd. Alle bewoners van de werkmanshuisjes vonden zoiets weggesmeten geld.
Via de achterdeur kwam je op een klein koertje van 2,5 meter op 3. Links de open WC en koterij. Achteraan en rechts een twee meter hoge muur. Daar probeerden de gebroeders Denaux soms voetbal te spelen maar dat heeft niet lang geduurd gezien de beperkte ruimte en de handigheid van de jongste broer. De eerste verdieping had twee kamers: vooraan de ouderlijke slaapkamer en achteraan de slaapkamer van Maurice en Georges. Daarboven een niet uitgebouwde zolder. De verlichting s' avonds bestond uit één "Lampe Belge", een petrol-lamp. De petrol werd geleverd door de "bonpapa" van Maurice en Georges, Gustaaf Denaux. Hij reed rond met een "triporteur" (een driewielkar) en verkocht o.m. "petrol". Later kwam de gasverlichting en nog later de elektrische verlichting.

De jeugdjaren van de gebroeders Denaux kunnen eenvoudig worden samengevat: gedurende de verlofdagen waren het stratelopers. Zelfs het ontbijt 's morgens werd in de zomermaanden nooit in de multifunctionele kamer beëindigd. Met een "stute" in de hand zaten de twee broers op de "zulle" aan de voordeur te kijken of er niets interessants gebeurde op 'stroate".
Maurice en Georges speelden buiten tot het donker werd. Alleen wanneer de maag begon te knagen, gingen ze een brokje eten. Deze opvoedingsstrategie verliep tot grote tevredenheid van alle betrokken partijen: de gebroeders Denaux verkenden de wereld en moeder Julia was op haar gemak.

Tijdens het schooljaar zag de dagindeling er anders uit. De lesuren van de lagere school in de Wantestraat waren in de voormiddag van 8.30 uur tot 11.30 en in de namiddag van 13.30 tot 16 uur, behalve de donderdagnamiddag. Die vrije halve dag werd gecompenseerd door een volledige lesdag op zaterdag. Driemaal in de week een stevig huiswerk bovenop. De lagere school werd gecombineerd met de muziekschool in de Sint Jacobsstraat: driemaal in de week solfège op de nuchtere maag van 7 tot 8 uur 's morgens. Maurice en Georges vertrokken slaapdronken om 6.30. Tweemaal in de week over de middag naar de Sint Jacobsstraat voor de celloles. Met de boterhammen mee, want er was geen tijd meer om naar huis te gaan eten.

De beste vriend van vader Seppen was Frans van de beerkarre. Met een aalkarteel ging hij bij iedereen regelmatig aal ophalen. Een aalkarteel was een wagen van ongeveer drie meter lang, een soort dwarsmidden doorgesneden ton op wielen. Het ophalen gebeurde tegen betaling d.w.z. Frans betaalde voor de aal die hij ophaalde. Vandaag de dag is het omgekeerd. Nu moet je betalen om je stront kwijt te geraken. De prijs werd bepaald door de kwaliteit van de aal. Met een plechtig gebaar doopte Frans zijn vinger in de aal. De aaleigenaars keken gespannen toe. Frans likte zijn vinger af, draaide zijn tong enkele keren rond in zijn mond, fronste zijn voorhoofd en keek enkele ogenblikken star naar de hemel. Dan murmelde hij: "eerste klasse". Een zucht van opluchting bij de aalproducenten. Bij "vierde klasse" ontstond er meestal een verhitte discussie. De aalproducenten voelden zich persoonlijk beledigd.

Na dit jeugdverhaal volgt het serieuze stuk (bronnen: "Het Brugsch Handelsblad" dd 01.02.2008 en "150 jaar St-Lodewijkscollege te Brugge" door Jozef Geldhof).

Als pientere knaap werd Georges opgemerkt door kanunnik Alberic Decoene, een vermaarde pedagoog, die zijn moeder kon overtuigen om hem voor onderwijzer te laten studeren in de Normaalschool in Torhout. In die tijd was de studie van onderwijzer het hoogste wat haalbaar was voor een leerling van gewone komaf.
Het internaat van de Normaalschool te Torhout was van een ander kaliber dan de huidige internaten. Zelfs een hedendaagse kazerne van de paracommado's is een zachtgekookt eitje in vergelijking met de schoolinternaten in het begin van deze eeuw. De scholieren woonden in feite niet meer thuis. Per trimester (!!) was de directie zo welwillend hen éénmaal naar huis te laten gaan! De normaalschool van Torhout stond bekend om zijn Vlaamsgezindheid: "Alles voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Kristus". Vanaf hier veranderde 'Georges' in 'Joris'.

In 1933 begon Joris als onderwijzer in het befaamde St-Lodewijkscollege te Brugge. Omstreeks 1970 werd hij er benoemd tot directeur van de lagere afdeling.
Hij publiceerde een ganse rist schoolboeken voor het godsdienstonderwijs. Zo startte hij in 1940 met het handboek "Uit de Godsdienstige Geschiedenis van het Oud Verbond". Twee jaar later publiceerde hij een handboek voor de vierde graad van het lager onderwijs: "Jezus van Nazareth. Leer en Leven". Met een vaste regelmaat verschenen zijn verdere werken zoals "Heilsgeschiedenis van Oud- en Nieuw Verbond", een liturgieboek "Ik leef mee met de Kerk"; verder "Op nieuwe banen: onderricht in de Gewijde Geschiedenis van het Oud Verbond", "De Bijbelse Oergeschiedenis (Genesis I-III) voor leerkracht en schoolgebruik", "Het leven van Jesus", "Handboek bij de Evangeliecursus", "Vormng tot bidden op school", "Sleutel op de Evangeliën en de Handelingen", "Heilige Bronnen", ... Tot in de tachtiger jaren bleef Joris Denaux actief en productief.

Joris Denaux was een levenslustige man, altijd opgewekt, en met een typisch Brugse humor. Naast zijn beroep was hij zeer actief in zijn woonplaats Assebroek. Hij werkte mee in het parochieleven en hij was niet minder dan 40 jaar lang secretaris van de Bond van Grote gezinnen (nu de Gezinsbond). Zijn zoon Koen Denaux herinnert zich nog levendig de massa's boekjes met kortingszegels die hij met zijn broers en zussen ieder jaar moest ronddragen naar de leden van de Bond.

_________________

Ook Amanda Gerard was een buitengewoon intelligente en dynamische vrouw. Ze had graag geneeskunde gestudeerd, maar in die tijd was dat niet evident, het werd dus verpleegster. Het opvoeden van 14 kinderen - één was een adoptiekind - tijdens hongerige oorlogsjaren en daarna was geen eenvoudige taak.
Nadat de kinderen het huis uit waren - ze was intussen 65 jaar - begon ze les te geven in Yoga. Hiervoor werden 2 appartementen gehuurd in de Baron Ruzettelaan te Brugge: één werd hun nieuwe woonplaats, één was bestemd als leslokaal. Zij gaf op zelfstandige basis 15-20 uren les per week en 2 dagen vóór haar plotse overlijden was ze nog voorzitster van een internationaal congres in Brugge over Yoga. Het congres was in het weekend van 8/9 april, en op woensdag 12 april 1995 onderging ze een gepland hartonderzoek in het St-Janshospitaal te Brugge, dat echter totaal onverwachts fataal afgelopen is.

De zoon Adelbert Denaux typeert zijn moeder als volgt.
«Halfslachtigheid was haar vreemd. Bij alles wat ze meemaakte gaf ze zich voor 100%: in haar huwelijk, in haar inzet voor anderen en voor de derde wereld, in haar zoektochten naar de binnenkant van de dingen en van het mysterie van het leven. Steeds wou ze naar de kern gaan. Tijd verliezen met oppervlakkig amusement of beuzelarijen kon haar niet bekoren.»
«Zij was een sterke, begaafde vrouw vol paradoxen. Enerzijds een moeder van een traditioneel kroostrijk gezin, anderzijds een geëmancipeerde vrouw 'avant la lettre' die haar eigen leven leidde. Enerzijds een vrouw met een klassiek geloof en een onaantastbare liefde voor de Kerk, anderzijds een vrouw die openstond voor de Oosterse spiritualiteit en die in dialoog kon treden met ongelovigen of onkerkelijken. Enerzijds een vrouw die nooit openbare functies bekleedde, maar tegelijk een vrouw die een heel netwerk van relaties wist op te bouwen en een diepgaande invloed uitoefende op vele mensen.»
_________________

Joris en Amanda hadden 14 kinderen, waarvan de jongste aangenomen was. Ze woonden in de St-Kristoffelstraat 65 te Assebroek. Daarna verhuisden ze zoals gezegd naar de Baron Ruzettelaan in een appartement boven de Lustrerie D'Haenens. Joris is op 89-jarige leeftijd officieel hertrouwd met de 22 jaar jongere Yvonne Verpoort, die eerder gehuwd was met Juliaan-Alphonse-Cornelius Baervoet. Zij gingen wonen in het centrum van Brugge, waar Joris als gretige lezer tot op hoge leeftijd een trouwe bezoeker bleef van de centrale bibliotheek 'De Biekorf'.


Stamboom (genealogie/genealogy/généalogie) Lanssens-Denoo: 23.291 personen (individuals, personnes) dd. 8 december 2018 - site: http://lanssens.be