NAMEN-NAMES-NOMS  | HOME  | EMAIL  naar  ( to / à )  |
Paul Lanssens

LANSSENS - DENOO - MEIRE  STAMBOOM
genealogie - genealogy - généalogie
Lanssens - Lansens - Lanssen - Lansen - Lamsens         Denoo - Deno - Denaux         Meire

»»» voor elke aanvulling of probleem: mail naar Paul Lanssens    -    Pour tout complément ou problème: mail à Paul Lanssens «««


Notities bij: Maria HERRAETS


ONZE OUDSTE GEKENDE VOORVADER: CHARLES «DONOU» IN PITTEM

Het bestaan van onze stamouder Charles hebben we ontdekt in een 'wettelijke passering' (notarisakte) van 24.03.1651 in Zwevezele, bewaard in het rijksarchief van Brugge (Gemeentearchieven, Supplement II, Gemeentearchief Zwevezele, n° 15, f° 43v, bewerkt door Jo Patteeuw). In die akte verkopen «Joos De Noo, zoon van Charles», en zijn vrouw «Jacquemyne Craye, dochter van Boudewijn», een partij land, afkomstig van hààr ouders, aan Jan Van Steelant.

Nadat de naam van de oudste voorvader op die manier ontdekt was, speurden we dieper in het verleden, en kwamen terecht in Pittem. De oudste akte die we vonden is de huwelijksbelofte van 'Chaerl Donou' in augustus 1612 met Maria Herraets (een variante van Geeraerts). De precieze huwelijksdatum kennen we niet, omdat het gaat om een kladschriftje van de pastoor, waarin hij chronologisch alle verlovingen noteert, maar niet altijd de datum vermeldt. De verloving onmiddellijk na die van Charles en Maria, was op 26.08.1612. Hùn verloving moet dus begin augustus geweest zijn. Meestal wordt het huwelijk voltrokken ca. 3 weken na de verloving: er moeten immers 3 zondagen tussen zitten om de 3 "afroepingen" (huwelijksaankondigingen vanaf de preekstoel) te kunnen doen. Aangezien 25 jaar een typische leeftijd was bij huwelijk (= meerderjarigheid) springen we over de uiterst moeilijke grens van 1600, en berekenen voor Charles een geboortejaar omstreeks 1585-1590.
In dit huwelijk kwamen 9 kinderen. Van 5 hebben we de doopakte gevonden, het bestaan van de 4 overige kunnen we afleiden uit andere bronnen.

KOPIE VERLOVINGSAKTE CHARLES EN MARIA


DE OUDSTE SCHRIJFWIJZE VAN DE FAMILIENAAM.

De familienaam van een persoon is deze die vermeld wordt in zijn geboorteakte van de burgerlijke stand. Vóór 1796 was er geen burgerlijke stand, en geldt de doopakte. Als gevolg hiervan hebben we vóór 1796 in veel gezinnen kinderen met verschillend geschreven familienamen. Dat was zeker het geval bij vreemde familienamen, afkomstig uit andere streken.
De geboorte van Charles is onbekend, dus welke schrijfwijze moeten we aannemen?
- Zoals hieronder uiteengezet was Charles van franstalige origine: Denau, Denaux, Deneau, Deneaux, Denooz, De Noue, De Noë, Dunau, Doneau, enz, enz, ... er zijn tientallen mogelijke varianten. En dan waren er nog de varianten met een 'B': Benoo, Benoyt, ... Bij zijn immigratie in Pittem hebben de baljuw en de pastoor zijn naam fonetisch op allerlei wijzen geïnterpreteerd.
- De oudste akte is zijn verlovingsakte, en daar staat 'Donou'.
- De tweede oudste akte is de doopakte van zijn eerste kind. Ook daar staat geschreven: 'Donau' (weliswaar met 'au' ipv. 'ou'). Dus, we moeten er ons bij neerleggen dat dit de oudst bekende schrijfwijze is, en we noteren dus 'Donou'.
- Maar onmiddellijk na het eerste kind evolueert de familienaam (zie de familienamen van de kinderen). Al bij het vierde kind in 1616 wordt er voor de allereerste keer 'Denoo' genoteerd.
- Is het dan absurd dat we 'Donou' schrijven?? Neen, want deze naam bestond echt in Frankrijk. Zo vinden we bv. Hugo Doneau, een bekende Franse protestantse jurist midden de jaren 1500, die naar het Noorden emigreerde omwille van zijn geloof. Het is dus mogelijk dat Charles zichzelf in het begin 'Doneau/Donou/Donau' noemde, maar dat zijn uitspraak evolueerde, naarmate hij West-Vlaams leerde. Eerst kwamen er allerlei varianten die bekend waren in de streek, bv. 'Benoo' was een andere familie in Pittem. Uiteindelijk zijn we defintief gestrand op 'DENOO'.

VAN DANIEL NAAR DENOO

Volgens het Woordenboek van de Familienamen (Frans Debrabandere, 2003) is de familienaam Denoo en al zijn naamvarianten afgeleid van de bijbelse naam Daniel. In het Frans is de uitgang -iel door de eeuwen heen geëvolueerd naar -(e)au(x). Andere Franse varianten van de naam zijn Daniau, Danhieu, Denaux, Donnea, Donnay, d'Aigneaux, Dinaut, enz... Toen de familienaam vervolgens terechtkwam in Nederlandstalig gebied is de uitgang -(e)au(x) veranderd in Denoo, De Noo, De No, De Nooy, Denoë, enz... Er zijn ook Van Noo, Van Noë, Vanooy, Vanoye, enz...


DE EERSTE UITZWERMING VAN DE FAMILIE

In het aangrenzende Lichtervelde vinden we op 06.04.1645 de doop van een Maria Denoo, dochter van Jacobus. De meter was 'Joanna, vrouw van Carolus Denoo'. Aangezien de Denoo's toen totaal niet verspreid waren in de streek, en aangezien er nergens enige vermelding is van een andere volwassen Charles Denoo, weten we dat deze Carolus onze voorvader Charles is. Meteen weten we:
- Dat Charles nog leefde in 1645 (wat we ook al wisten uit de overlijdensakte op 17.06.1645 van Maria Herraets).
- Dat de pastoor zich vergiste van voornaam, want de vrouw van Charles heette niet Joanna maar Maria (ze overleed 2 maanden later).
- Dat Jacobus 'Denoe' (vader van de pasgeboren Maria Denoo) een andere zoon was van Charles, die zich in Lichtervelde gevestigd had.
- Dat 'Denoe' een van de vele varianten was van onze familienaam Denoo (Jacobus was geboren als 'Denoe').

Op 17.06.1645 overleed onze voormoeder, Maria Herraets, in Pittem. De akte vermeldt dat de begrafenis al de volgende dag plaatsvond, maar dat er daarna een uitgestelde uitvaartplechtigheid plaatsvond op 31.10.1645. Bij welstellende families was er vaak enige tijd na de begrafenis nog een uitvaartplechtigheid, zodat ver wonende familieleden aanwezig konden zijn. Meestal was dat na enkele weken, maar hier was het meer dan 4 maanden later! Dat is een sterke indicatie dat Charles een inwijkeling was uit een redelijk verre streek. Het is ook een indicatie dat hij welstellend was, wat verder aangetoond wordt bij de afstammelingen.

Het gezin met de nog inwonende kinderen, waaronder onze tweede voorvader Joos Denoo, is verhuisd naar Zwevezele tussen 1646 (het huwelijk van de dochter Elisabeth was nog in Pittem) en 1651 (de hogervernoemde wettelijke passering in Zwevezele). De verhuisroute is niet moeilijk te bepalen, want 'Puthem' en 'Swevezeele' liggen dicht bijeen. Ze zijn niet langs de Heerweg van Brugge naar Kortrijk gegaan (de 'Herstrate van Brugghe nar Cortryck'), maar via Koolskamp. Zoals beschreven bij de zoon Joos Denoo lag hun grond immers ten westen van Zwevezele, langs de huidige Zeswegestraat, aan de beek.

Charles is niet overleden in Pittem. In Zwevezele begint de registratie van de overlijdens pas in 1651 en ook daar is het overlijden niet te vinden. Hij moet dus overleden zijn in Zwevezele tussen 1646 (het vroegst mogelijke jaar van de verhuis) en 1651 (start registratie overlijdens Zwevezele). Waarschijnlijk was het in 1650, en werd de wettelijke passering dd. 24.03.1651 opgemaakt door de zoon Joos Denoo naar aanleiding van het overlijden van zijn vader Charles.

Van de 9 kinderen van Charles Donou (x Maria Herraets), heeft alleen Joos Donoo nakomelingen tot vandaag. Van de kinderen van Joos Donoo (x Jacoba Craeye) heeft alleen Joannes Denoo (x Mechtildis Vandenberghe) kinderen tot vandaag. Charles is dus de eerste, Joos is de tweede, en Joannes is de derde voorvader van ALLE Denoo's. Na Joannes is de familie uitgegroeid naar meerdere takken.


GESCHIEDENIS VAN PITTEM IN DE TIJD VAN CHARLES DONOU.

De gemeentenaam van Pittem wordt het eerst vermeld in 1072 als 'Puthem'. Vanaf de jaren 1500 werd ze met een 'i' geschreven, dus 'Pithem'. Vandaag spreken de oudste bewoners het nog uit als Puttem. De naam verwijst naar een lager gelegen woongebied ('bij een put'). Het lang verdwenen kasteel van Pittem stond inderdaad ten noordwesten van de huidige dorpskom, in een lager gelegen gebied.
Pittem wordt sinds eeuwen doorkruist door de belangrijke oude heerweg Brugge-Kortrijk-Doornik-Bergen. Vanuit Franstalig gebied (Henegouwen of Frankrijk) kan Charles via deze heerweg gemakkelijk in Pittem beland zijn. Langs die weg stond trouwens een aloud bekend gasthuis met kapel, genaamd 'St-Jacob te Rijseleinde'. De latere verhuis van Charles van Pittem naar Zwevezele, was gewoon een eindje verder langs deze aloude verkeersweg.

In de jaren 1500 waarin onze familiegeschiedenis begint, zaten we midden in de feodaliteit. De vorst leende grond aan zijn hoge ambtenaren, in ruil voor hun eed van trouw en bijstand. Dit leenrecht was meestal erfelijk. Die leenmannen ('vazallen') gaven een deel van hun grond verder in achterlenen aan hùn ambtenaren, enzoverder. Een heerlijkheid was een geheel van (achter)lenen en privégronden. Aan het hoofd van de heerlijkheid stond de Heer. Dit was een mini-vorst die over de inwoners van zijn gebied de 'heerlijke rechten' (= rechten van de Heer) uitoefende, en die zijn gronden verhuurde tegen een 'heerlijke rente' (= rente voor de Heer).

- De 'heerlijke rechten' omvatten rechtspraak, belastingen, tolheffing, boeten, jachtrecht, maalrecht (want de wind behoorde hem toe), enz... Om zijn rechten uit te oefenen stelde de Heer een baljuw (cfr. burgemeester) aan, en schepenen (die moesten recht 'scheppen'). Alle verpachtingen, leningen, ... moesten via de schepenen passeren. Hun 'registers van wettelicke passeeringen' zijn vaak nog bewaard. De rechtspraak in Pittem gebeurde conform de 'costumen' (het gewoonterecht) van de Roede van Tielt die op haar beurt deel uitmaakte van de Kasselrij van Kortrijk.
- De 'heerlijke rente' werd ook cijns genoemd, de verhuurde gronden werden 'cijnsgronden' genoemd, en de huurders waren 'laten'. Ze betaalden hun cijnzen vaak in natura, bv. door arbeid.
- Een 'hatelijk recht' van de Heer was dat hij bij het overlijden van een laat, recht had op het beste stuk van de nalatenschap.


DE BESTUURLIJKE INDELING IN DE TIJD VAN CHARLES DONOU.

Van in de Middeleeuwen was het Graafschap Vlaanderen ingedeeld in kasselrijen, waarvan een grafelijke burcht het centrum was. In ons geval lag Pittem in het noorden van de Kasselrij Kortrijk. Het behoorde dus niet tot het Brugse Vrije, hoewel de Heren van Pittem vaak in Brugge vertoefden. Het meest noordelijk gebied van de kasselrij Kortrijk was een stuk van het huidige Zwevezele en Wingene. Die twee parochies waren dus verdeeld tussen Kortrijk en Brugge. Toen Charles Donou van Pittem naar Zwevezele verhuisde, kan hij binnen de Kasselrij Kortrijk gebleven zijn.

De Kasselrij Kortrijk was onderverdeeld in vijf roeden. Pittem lag in de Roede van Tielt.

De parochie Pittem zelf was onderverdeeld in twee grote heerlijkheden en een twaalftal kleinere eenheden.
1. De Heerlijkheid Pittem, waarvan de Heer tot einde de jaren 1500 op het kasteel woonde, was economisch de belangrijkste. De heerlijkheid was ondergeschikt aan het leen van Kortrijk. Naast de privégrond van de Heer, waren er elf grote achterlenen met elk een baljuw, en en ook nog talrijke kleine achterlenen. De Heerlijkheid Pittem had haar eigen windmolen - de Platsemolen' - en een eigen galg. Bij aankomst van Charles omstreeks 1610, was de heerlijkheid Pittem niet in het bezit van een Heer, maar van de Vrouw van Pittem, Anna Van Claerhout. Anna werd in 1636 opgevolgd, opnieuw door een vrouw, Isabella de Zuniga. Isabella was ook Vrouw van Koolskamp, Assebroek, enz... maar ook Gravin van Monterey, Gravin van Fuentes en Markiezin van Monteras. Ze huwde rond 1638 met de onderkoning van Sicilië en overleed in 1648 in Spanje. Het is dus duidelijk, dat er in die decennia nooit een dorpsheer of -vrouw fysiek aanwezig was in Pittem. De baljuw had dus extra veel macht.
2. De Heerlijkheid Claerhout lag op een half uur wandelen ten zuiden van de kerk van Pittem. Claerhout was in oppervlakte groter dan Pittem, maar telde minder inwoners. De heerlijkheid was ondergeschikt aan het leen van Tielt en was onderverdeeld in 14 achterlenen. Net als Pittem had Claerhout een molen, de 'Claerhoutmolen'. In de tijd van Charles Donou was de heer van Claerhout al generaties lang een telg uit de familie de Thiennes. In de jaren 1640 was het Rene de Thiennes. Die was ook baron van Heukelum, van Leyenburg, enz... en ook heer van Rumbeke, van Caestre, enz... Dus net als in Pittem, hadden ze hier een heer die meestal elders verbleef.
3. Naast Pittem en Claerhout waren er een twaalftal kleinere stukken, zoals het 'Patronaatschap van Pittem', en diverse delen van lenen en achterlenen uit andere gemeenten, die stukken grond verworven hadden in Pittem. Op de duur werd dit een grote puzzel, waaraan een einde gemaakt werd door de Franse Revolutie.

KAART: HET LEEN VAN PITTEM

Parallel aan de administratief-wereldse structuur bestond de kerkelijk-geestelijke hiërarchie. Een parochie werd geografisch gevormd door een aantal heerlijkheden. De pastoor was niet ondergeschikt aan de Heer, maar aan de bisschop (voor Pittem was dit de bisschop van Doornik). Toch was er verwevenheid tussen Kerk en Staat. De heerlijkheid waarop de parochiekerk stond was de 'dorpsheerlijkheid'. Die Heer was de 'Dorpsheer', en hij had meer gezag dan zijn collega's, want hij inde de kerkbelastingen, ook in de andere heerlijkheden. Dorpsheer in ons geval was de Heer van Pittem. De kerkbelastingen waren 'de tienden': 10% van de landbouwvruchten en de dierenkweek was voor de Kerk.


CONTINU OORLOG IN DE TIJD VAN CHARLES DONOU.

Het Graafschap Vlaanderen van 1600 was totaal niet het Vlaanderen van vandaag. Het bestond uit West-Vlaanderen (incl. Doornik en Moeskroen), Oost-Vlaanderen (tot tegen Dender en Schelde), Zeeuws-Vlaanderen en Frans-Vlaanderen (tot aan Gravelines). De taal die hier gesproken werd, leunt dicht aan bij het hedendaagse West-Vlaams.

Het Graafschap Vlaanderen wisselde een aantal keren van koninkrijk. In de tijd van Charles Donou was het Graafschap Vlaanderen onder Spaans bewind en katholiek. De noordelijke Nederlanden waren protestants geworden onder invloed van geradicaliseerde haatpredikers uit die tijd (Calvijn, Luther, ...) die ook de grootste culturele barbarij uit de geschiedenis op hun geweten hebben: de Beeldenstorm. Vóór 1600 was er decennialang oorlog geweest tussen het katholieke Spanje en de protestantse Nederlanden. Nà 1600 werd er dan decennialang oorlog gevoerd met de Fransen die onze streek wilden veroveren. Onze arme bevolking zat er midden in.

Deze meest ellendige periode uit de geschiedenis van onze streken duurde 150 jaar, en begon zoals gezegd in 1566 met de Beeldenstorm. De protestanten vernielden overal de kunstschatten in de kerken, vergelijkbaar met de terreur van Islamitische Staat in de jaren 2010. Als reactie bedacht de Spaanse koning ons van 1567 tot 1573 met het schrikbewind van Alva. In 1568 begon de tachtigjarige oorlog tussen Spanje en de Nederlanden - tussen katholieken en protestanten. In 1578 was er even de 'Unie van Atrecht', waarbij de adel zich verzoende met de Spaanse koning. Als reactie kwam in 1579 de 'Unie van Utrecht' waarin Willem Van Oranje de onafhankelijkheid uitriep van de Nederlanden - Vlaanderen inbegrepen.
Meteen ontstond in onze streek een protestants terreurbewind om alle katholieke en Spaanse sporen uit te wissen. Zo werd onze streek van 1579 tot 1585 te vuur en te zwaard gezet vanuit Gent. De Spanjaarden sloegen echter terug, en de val van Brugge was in 1584. Het is echter de val van Antwerpen in 1585 die gezien wordt als de definitieve scheiding van noord en zuid. Vanaf dan groeiden Nederland en Vlaanderen uit elkaar.

Vanaf 1586 kwam er protestantse terreur uit Oostende en Sluis. Dit had niets meer te maken met godsdienst. De zogenaamde 'vrijbuiters' organiseerden rooftochten tegen de bevolking, tegen reiskonvooien, e.d., en eisten een 'contributie' om bescherming te verlenen, de maffia avant-la-lettre.
In die periode was Cornelis Lampsins de burgemeester van Oostende. Zoals beschreven in mijn boek 'Geschiedenis van de Lanssens-Lansens-Lanssen-Lansen-Lamsens 1460-2003', is de naam 'Lampsins' een vroegere vorm van 'Lanssens'. De toenmalige protestantse beeldenstormer en guerrillaleider was dus mijn naamgenoot!
Uiteindelijk werd de stad 3 jaar lang belegerd van 04.07.1601 tot de val van Oostende op 22.09.1604. Cornelis Lampsins had de overmacht van de Spanjaarden tijdig ingeschat, en vóór de belegering was hij gevlucht naar Vlissingen in Zeeland.
In Nederland deed Cornelis Lampsins zijn faam alle eer aan. Hij werd een superrijke reder, en koloniseerde de Caribische eilanden Tobago en St-Maarten in opdracht van de Franse koning Louis XIV. Als dank kreeg hij van de Zonnekoning de adellijke titel 'baron van Tobago'. In Vlissingen is het bekende en recent gerenoveerde 'Lampsinshuis' naar hem genoemd. Helaas zijn bij het beleg van Oostende alle archieven verloren gegaan, waardoor het onmogelijk is om Cornelis te linken aan onze Lampsins uit de jaren 1400-1500. De familienaam Lampsins is ontstaan uit de voornaam Lamsin => Lamsins, en in die tijd was het de meest voorkomende familienaam in Zwevezele. Het is dus mogelijk dat Cornelis afkomstig was uit Zwevezele (of omgekeerd ...!).


HOE IS CHARLES DONOU TERECHTGEKOMEN IN PITTEM ?

Zoals hiervoor beschreven, was onze streek tijdens de afschuwelijke eerste periode (1568-1609) van de tachtigjarige oorlog sterk ontvolkt door oorlog, brandstichting, hongersnood, hinderlagen, ontvoeringen, afpersing, pest, en een vlucht van de aanhangers van het protestantisme naar het noorden. Onder het mom van een godsdienstoorlog konden vrijbuiters ongestraft roven, vee stelen, moorden, plunderen, verkrachten of zich laten betalen voor 'bescherming'

In verhouding werd Pittem extra getroffen, wegens zijn strategische ligging aan de heerweg Kortrijk-Brugge, die uiteraard intens gebruikt werd voor de verplaatsing van de legers. Rond 1578 moet de kerk van Pittem verwoest geweest zijn. De bevolking van Pittem was verhongerd, vermoord, bezweken aan de pest, of weggevlucht. Zo was er in 1593 in gans de Pittemse 'Heerlijkheid Claerhout' nog slechts één pachter. Het gevolg was dat zeer veel grond braak lag.

In 1609 hadden we dan het twaalfjarig bestand, waarin iedereen weer hoop kreeg op een normaal leven. Men wist uiteraard niet dat de vrede amper 12 jaar zou duren. Tal van heren van heerlijkheden hadden hun inkomsten drastisch zien dalen, en beslisten om nieuwe bewoners uit andere streken aan te trekken door hen vrij te stellen van grondrenten gedurende drie, vier tot zelf vijf jaar (bron: Jo Patteeuw, Rekeningen van heerlijkheden te Wingene).

Welke inwijkelingen kregen we dan?
- Bondgenoten van de Spanjaarden, o.m. de 'Malcontenten', die afkomstig waren uit de Franstalige provincies van de Nederlanden (Artois, Henegouwen, Namen en Luxemburg).
- Personen uit het aangrenzende Oost-Vlaanderen (bron: Ronny Debbaut)
- Gewezen Spaanse soldaten (denk bv. aan de familienaam Pardo)
- Gewezen legermedewerkers (smeden, koks, timmerlui, ...), die meetrokken in de achterhoede van het leger, soms zelfs met hun gezin. Zij waren onmisbaar en doorgaans goed betaald.
- Personen die een diefstal begaan hadden; ze kregen op hun lichaam een merkteken ingebrand, en werden verbannen uit hun eigen streek.
- Economische migranten.

Die inwijking gebeurde des te meer in het leeggelopen Pittem. Eén van de gelukzoekende inwijkelingen was dus onze voorvader Charles Donou, die hier huwde in 1612.
Tot welke van de hierboven vermelde categorieën behoorde Charles? Hij kan niet behoord hebben tot de categorie van de armoezaaiers. Zijn zoon - onze stamvader - Joos Donoo/Denoo huwde met Jacquemyne Craeye, waarvan de ouders eigenaar waren van een partij land (zie begin van deze tekst). In die tijd was de Heer van Pittem leenheer van bijna alle gronden. Wie naast hem particuliere eigendom bezat, behoorde tot de rijkere klasse.

Vanaf 1621 werd het twaalfjarig bestand afgebroken, en ging het opnieuw bijzonder slecht: de oorlog barstte weer los en regelmatig woedde de pest. Volgens het boek van Valère Arickx zaten er in 1625 Ierse soldaten in Pittem, in 1626, 1629 en 1631 Spaanse, in 1632 Engelse, in 1633 een compagnie uit Aarschot, in 1645 een Frans leger dat Tielt, Ruiselede en Meulebeke in brand stak, en in 1646 weer de Spanjaarden. Die legers gingen brutaal tekeer tegen de bevolking door opeisingen met bedreiging van plundering en executie. Daarnaast woedde de pest in 1624, 1631, 1634, 1645, en van 1646 tot 1648. Medio 1646 was Pittem volledig verlaten en hielden de schepenen hun wetdag in Brugge.

Zo hield de familie Denoo het in Pittem voor bekeken en verhuisde definitief naar Zwevezele.


DE ORIGINE VAN CHARLES DONOU UIT FRANSTALIG GEBIED.

- Eerste vaststelling: Charles is een inwijkeling.

Het feit dat onze - toch eenvoudige - familienaam in dezelfde periode in Pittem op zoveel manieren gespeld wordt (zie de namen van de kinderen), wijst er op dat ze onbekend was in de streek. In de oudere documenten van Pittem komt de familienaam totaal niet voor. De eerste vermelding is het huwelijk in 1612. Dat geldt ook voor Zwevezele waar de oudste vermelding pas dateert uit 1651 (zie hoger), terwijl de wettelijke passeringen toch bewaard zijn vanaf het jaar 1559, en de wezenakten zelfs vanaf 1400. Ter vergelijking: onze tweede voormoeder Jacquemyne Craeye is wèl een 'originele' Zwevezeelse. Dankzij de oude documenten kennen we haar stamboom tot in 1470 !!

- Tweede vaststelling: Charles moet afkomstig zijn uit Franstalig gebied.

De notatie van de voornaam 'Charles' doet alvast denken aan Franstalige afkomst. Dat geldt ook voor de voornaam van zijn zoon Gauderius, die vaker in voorkomt in Franstalig gebied. Maar vooral de schrijfwijzen van de familienamen van de kinderen doen denken aan een Franstalige inslag. Dit hebben we hierboven uiteengezet.

Veel inwijkelingen tijdens het twaalfjarig bestand kwamen uit Franstalig gebied. De Nederlanden bestonden trouwens voor een deel uit Franstalige provincies (Artois, Henegouwen, Namen en Luxemburg). In het begin van de jaren 1600 waren ca. 10% van de Vlaamse gezinnen van Franstalige origine. Uit die tijd zijn archiefdocumenten te vinden waarin priesters klagen dat ze met grote aantallen nieuwe parochianen niet meer konden communiceren omdat die families enkel een Frans dialect spraken. Na enkele generaties blijken deze gezinnen volledig geïntegreerd.

De familienaam 'Denoo' en haar varianten wordt niet gevonden in Oost-Vlaanderen. Daarentegen vinden we de naamvarianten Deno, Denaux, Deneau, Deneaux, De Noue, Denoë, Doneau, Dunaux ... terug in Noord-Frankrijk, in Wallonië, in Brussel, en in Vlaanderen rond de taalgrens.

Ik heb ook de genealogie van andere naamvarianten in België opgesteld, en ds Hendrik de Noo deed hetzelfde voor Nederland. Ook deze takken leiden naar Franstalig of tweetalig gebied:
- De Stam Deno komt uit St-Joris-Weert, onder Leuven op de taalgrens, met relaties over de taalgrens.
- De Stam Denaux is afkomstig uit Enquin in het Franse departement Pas-de Calais.
- De Stam Denooz (uitgestorven) is afkomstig uit Soiron (Liège).
- De Stam Denoo uit Oost-Vlaanderen is van origine geen 'Denoo', maar 'Van Noe' uit Oordegem.
- De Stam de Noo (Nederland) is van origine geen 'Denoo', maar 'Van Noo' uit Brussel.

De laatstgenoemde Nederlandse tak is in 1609 vanuit Brussel aangekomen in Leiden. Bij het onderzoek vonden we in Leiden, naast de betrokken stamvader, nog vier andere personen, en ook zij zijn allen afkomstig uit Franstalig gebied:
- Jaecques de la Noo huwde in 1615 te Leiden, en was afkomstig van Tourcoing ('Turcoingen')
- Janne de Noo huwde er in 1622, en was afkomstig van Arras
- Jan de Lanoo huwde in er 1628, en was afkomstig van Valenciennes ('Valencijn')
- Passchier la Noo huwde er in 1641, en was afkomstig van Lille (Rijsel)

Tot slot een pittige afsluiter. Bij de aankomst van Charles omstreeks 1609-1611, was de heerlijkheid Pittem niet in het bezit van een Heer, maar van de Vrouw van Pittem, Anna Van Claerhout. In 1610 - dus samenvallend met de aankomst van Charles - huwde zij met de zoon van haar stiefvader, die daardoor Heer van Pittem werd. De naam van deze Heer was ... Jacques de Noyelles, markies van Lisbourg, graaf van Croix, burggraaf van Nielles, m.a.w. een Franstalige edelman met een familienaam die de stamletters van 'Denoo' bevat !!


SAMENVATTING.
CHARLES DONOU IS EEN INWIJKELING UIT FRANSTALIG GEBIED. ZIJN OORSPRONKELIJKE FAMILIENAAM KAN GEWEEST ZIJN DANEAU, DENEAU, DONEAU, DUNEAU, enz.... VOLGENS HET WOORDENBOEK VAN DE FAMILIENAMEN ZIJN AL DEZE NAAMVARIANTEN AFGELEID VAN DE BIJBELSE NAAM DANIEL, WAARBIJ DE UITGANG 'IEL' EVOLUEERDE NAAR (E)AU.
BIJ HET BEGIN VAN HET TWAALFJARIG BESTAND (1609-1621) HEEFT CHARLES ZICH IN PITTEM GEVESTIGD, IN HET KADER VAN DE HERBEVOLKING NA DE GODSDIENSTOORLOG. IN 1612 IS HIJ DAAR GEHUWD MET EEN VROUW UIT DE STREEK. IN DIE AKTE ZIEN VOOR HET EERST ZIJN NAAM: ZE IS (FONETISCH) GESPELD ALS 'DONOU'. IN 1646 WERD PITTEM ONLEEFBAAR DOOR PEST EN OORLOG, EN IS DE FAMILIE - DIE INTUSSEN 'DENOO' GEWORDEN WAS - VERHUISD NAAR ZWEVEZELE, WAAR ZE VELE GENERATIES GEBLEVEN IS.


ORIGINELE TEKST VAN DE WETTELIJKE PASSERING WAARIN CHARLES DONOU ONTDEKT WERD.
Voor de liefhebbers volgt hierna de integrale tekst van de wettelijke passering dd. 24.03.1651

Compareerde voor Jacques Verstraten Bailliu
ende voorts 't volle college van Schepenen van prochye
ende heeren van Zwevesele in persoone Joos De Noo (!)
filius Charles ende Jacquemyne filia Boudewyn Craye
syn wuf. De selven voor zoo vele alst noot zy ter
saken naerschrijven van de voornoemde haren man behoorlyck
geaucthoriseert. Welcke auctorisatie zy verclaerde
over danckelijk te accepteren welcke comparanten
zoo gesaemdelijck als respectivelijken gaven halme ende
wettelijcke gifte hemlieden midts den onthuuten ende onterfende
van de naervolgende partyen van lande ende dreve eerst
de oostzijde van een stuck landts liggende zuut
over de strate voor de hofstede van Guilluame
Van Trubbens west dien heere van Zwevesele int
zelve stuck noort de strate naer Lichtervelde
groot per kavel 1 lijn 54 roeden item in de voordreve
loopen naer den houtacker totten nombre van
22 roeden een derde roets (= 22 1/3 roede) ende dit alles ten
proffyte ende behouve van Maryn Van Steelant ende
Janneken Godefroot zyn wuf ten desen present ende
tsynen eygendomme accepterende die over zulcx inde
voorzeide partyen zyn al wel en wettelijck gegoet ende
geërft mette solempniteyten costumiere ende in
gelycken geobserveert voor de somme ende contracte
onderlinge gemaeckt ende te betalen naer den
inhouden van den zelven de zelve partyen van landen
toecommende ten tittle van successye de tweede
comparante gebeurt (= te beurt gevallen) ten sterfhuuse van Bo
Craye haren vader ende niet meer belast dan mette
heerlijcke renten van ouden tyden daer uut gegaen hebbende
alles met beloofte van garrante ende voorts naer rechte
actum 24 marte 1600 eenenvijftich 't oorconde
't marcq Joos De Noo - 't marcq Jaekemijne Craeye
Bij mij Marin ... Van Steelant.


Stamboom (genealogie/genealogy/généalogie) Lanssens-Denoo: 23.291 personen (individuals, personnes) dd. 8 december 2018 - site: http://lanssens.be