NAMEN-NAMES-NOMS  | HOME  | EMAIL  naar  ( to / à )  |
Paul Lanssens

LANSSENS - DENOO - MEIRE  STAMBOOM
genealogie - genealogy - généalogie
Lanssens - Lansens - Lanssen - Lansen - Lamsens         Denoo - Deno - Denaux         Meire

»»» voor elke aanvulling of probleem: mail naar Paul Lanssens    -    Pour tout complément ou problème: mail à Paul Lanssens «««


Notities bij: Prudentia-Christiana LANSENS


Prudence's leven is niet zo goed verlopen.
Een mooi maar dramatisch verhaal over haar lezen we in "De Knechteschoole en de Nunneschoole" van Daniël Quintens uit Snaaskerke. Prudence was aangesteld als schooljuffrouw in 1856 in Snaaskerke. Uiteraard was ze ongehuwd, want gehuwde vrouwen konden geen onderwijzeres worden. Dankzij haar kreeg de school een nieuw elan en het leerlingenaantal nam toe tot 108. Het liep echter totaal verkeerd en dit volledig buiten haar schuld. De vorige schooljuffrouw was pastoorsmeid geworden, maar gebruikte om onbekende redenen haar invloed om in gans het dorp te roddelen over Prudence. Op 4 september 1856 was de maat vol en Prudence schreef haar ontslagbrief aan het gemeentebestuur:
" ........... Edoch ! Dit veel belovende onderwijs mogt niet blijven voortduren. Eene gezaghebbende persoon dezer parochie door zijne booze meid besteurd vat eenen haet tegen mij op (ik weet niet om wat reden), zij tracht op alle wijzen de leerlingen van mijne school af te trekken, en de arglistige meid, tot alles bekwaem, gaet van hoeve tot hoeve, de moeders overhalen om hare kinders tehuis te houden, of naer andere scholen te zenden, de neeringdoende persoonen worden met schade bedreigd indien zij aen het snood verzoek van die meid niet voldoen ........... (volgt haar ontslag)".
Over de praktijken van de meid schrijft de kantonale schoolopziener een woedende brief aan de gemeentesecretaris, waarin hij concludeert: "Gij gevoelt, Mijnheer, dat ik geene neiging meer kan hebben om in het onderwijs te Snaeskerke tusschen te komen, ten zij voor zoo veel als de wet mij oplegt".

De voornaamste oorzaak voor de haatcampagne was ongetwijfeld jaloersheid, omdat Prudence, als opvolgster van de pastoorsmeid, meer succes had met het leerlingenaantal. Uit de briefwisseling leiden we nog af dat Prudence onderhouden werd door haar vader. Hierdoor was ze onafhankelijk van de lokale druk, wellicht een bijkomende reden.
Wàt er over haar geroddeld werd kunnen we gemakkelijk gissen. We evolueren immers stilaan naar de eerste schooloorlog. De katholieke Kerk trok al vanaf 1831 het onderwijslaken steeds meer naar zich toe. Er komen echter wetten die zorgen dat het katholiek onderwijs het stilaan moet afleggen tegen het gemeenteonderwijs (bv. de school van Snaaskerke). In de gemeentescholen wordt echter Godsdienst onderricht en de clerus bezit controlerecht. In 1878 komt er echter voor het eerst een liberale onderwijsminister Van Humbeeck. Die schaft o.m. het vak Godsdienst af. Het gevolg is een heuse schooloorlog, waarna de katholieken de absolute meerderheid behalen en alle liberale maatregelen ongedaan maken. In de aanloop naar deze climax wordt er meer en meer gepolariseerd. Iedereen krijgt een etiket opgekleefd: "katholiek" of "liberaal", zonder nuance. De kostschool van vader Pieter Lansens wordt (ten onrechte ?) als liberaal bestempeld. De pastoorsmeid zal Prudence dus wel als "blauw" beklad hebben.

Prudence keert naar Koekelare terug waar ze algemeen bekend staat als "Juffrouw Prudence". Haar vader overlijdt bij het begin van de schoolstrijd en ontsnapt hierdoor net aan de wraak van de katholieken. Prudence krijgt het echter zwaar te verduren. Wanneer ze tientallen jaren later, zelfs nog na de Eerste Wereldoorlog, op 86 jaar overlijdt, wordt ze begraven aan de rand van het kerkhof, buiten de gewijde grond ! Raf Seys, de auteur over Pieter Lansens, die in 1975 zorgde voor de overbrenging van Pieter's graf naar het nieuwe kerkhof van Koekelare, heeft ook Prudence meegenomen en op die manier vader en dochter na hun dood verenigd in hetzelfde graf.

Net als haar vader was Prudence ook auteur. Ze werd in 1857 op haar 20ste benoemd tot correspondente van het Franse tijdschrift 'Bulletin du Comité Flamand de France', zie blz 173. Dit tijdschrift werd uitgegeven in Dunkerque en droeg als ondertitel: 'Moedertael en Vaderland'. In die tijd was Frans-Vlaanderen dus nog niet losgelaten ! Raadpleegbaar op de site gallica.bnf.fr.
In de 'Thouroutenaer' van 29.06.1861 lezen we op de voorpagina volgend artikel: «Mejuffer Prudence Lansens heeft onder den titel van 'Une contemplation' een vlugschriftje in de letterwereld gezonden. Dit opstel bevat schoone wysgeerige gedachten; de styl daervan is dichterlyk en vloeijend. Jammer is dat het door verscheidene drukfouten ontsierd is.» Het werkje van 8 bladzijden wordt ook vermeld in het Bulletin du Comité Flamand de France.

Prudence bezat het portret van haar vader, dat geschilderd was in 1848 door de Brugse lithograaf en portretschilder Joseph Canneel. In haar erfenis heeft ze het schilderij nagelaten (of ze heeft het geschonken vóór haar overlijden op 29.09.1923) aan haar vriendin Bertha Van Oye, echtgenote van de Brugse oogarts Raphaël Rubbrecht. Het schilderij is in de familie Rubbrecht gebleven bij de zoon Jan Rubbrecht, en het is met hem mee verhuisd van Brugge naar Leuven toen hij daar rechter werd, en professor aan de rechtsfaculteit van de universiteit. Na het overlijden van Jan's weduwe is het overgegaan naar de kleinzoon Marc Rubbrecht. Die heeft het op dinsdag 29 maart 2011 overgedragen aan Paul Lanssens, auteur van het familieboek «Geschiedenis van de Lanssens, Lansens, Lanssen, Lansen en Lamsens». Daardoor keerde het terug naar Brugge en binnen de familie Lans(s)ens. Paul Lanssens bezit ook meedere boeken van Pieter Lansens, waarvan een aantal gesigneerd.


Stamboom (genealogie/genealogy/généalogie) Lanssens-Denoo: 23.291 personen (individuals, personnes) dd. 8 december 2018 - site: http://lanssens.be